Amsterdam

Maak uw keuze:



In 1275 verleende graaf Floris V van Holland "aan de mensen die bij de dam in de Amstel wonen" vrijheid van het betalen van tolgelden binnen het graafschap Holland. In dit tolprivilege komt voor de eerste maal de naam Amestelledamme voor. Omstreeks 1350 vond de eerste van een lange reeks stadsuitbreidingen plaats. Aan de oostzijde van de Dam werd het drassige land opgehoogd tot aan de Oudezijds Voorburgwal en aan de westzijde tot aan de Nieuwezijds Voorburgwal (burg betekent stad, dus het gaat hier om stadswallen). Aan de "oude zijde" bevindt zicht de Oude Kerk, aan de "nieuwe zijde" de Nieuwe Kerk.

Bij de stadsuitbreiding in 1380 ontstonden nieuwe buitenste stadsgrachten achter de Voorburgwallen: de Oudezijds Achterburgwal aan de oostzijde en de Nieuwezijds Achterburgwal (sinds de demping in 1867 Spuistraat) aan de westzijde. Rond 1425 volgde een nieuwe stadsuitleg, niet alleen aan de west- en de oostkant, maar ook in zuidelijke richting. De stadsgracht bestond voortaan uit het Singel, de Kloveniersburgwal en de Geldersekade. Naar het zuiden strekte de stad zich uit tot aan het huidige Muntplein. Aan deze begrenzing herinneren nog de Munttoren, de Waag en de Schreierstoren.